Verslag van de Weerribben Marathon

De ochtend van 11 april begon helder en fris in de Weerribben. Geen mist die het zicht belemmerde—integendeel, het landschap lag er scherp en uitnodigend bij toen het startschot klonk. Zo’n 50 boten kwamen in beweging, en daartussen drie ploegen van Iris, klaar voor 52 kilometer strijd.

Drie boten van Iris schoten vooruit, de riemen sneden ritmisch door het spiegelgladde oppervlak. Het zou geen gewone tocht worden—52 kilometer pure strijd, techniek en uithoudingsvermogen. Voorin lag de wherry met Monique, Jonneke, Her en Hans. Een solide ploeg, strak in de slag, meteen goed op tempo. Daarachter de C2 met Menno, Boris en Karolien die vanaf de eerste halen agressief koers zetten. En iets verderop de C3 met Monique, Dirk, Jasper en Jos, —licht, snel en vastberaden om elke meter eruit te persen.

De eerste kilometers verliepen soepel. Voor de wind en de boten gleden door het karakteristieke landschap van rietvelden en open vergezichten, waar het geoogste riet in strakke banen langs de oevers lag. Maar de Weerribben zouden zich niet zomaar gewonnen geven, dit parcours zou alles vragen. Het idyllische landschap was verraderlijk. Smalle doorgangen dwongen de boten dicht langs elkaar, en de eerste lage brug diende zich al snel aan.

“Liggen!” klonk het scherp. In een vloeiende beweging doken de roeiers naar achteren, de boot gleed rakelings onder het hout door. Geen ruimte voor fouten—en zeker niet wanneer zo’n brug ook nog eens in een schuine bocht lag. Hier kwamen de stuurkunsten echt tot leven. Elke correctie moest perfect zijn, elke inschatting op het juiste moment. Hier kwam het aan op perfecte timing en scherp sturen. Eén fout, en je lag stil. Of om, zoals een Duitse ploeg overkwam.

De wedstrijd trok zich lang en meedogenloos uit. De kilometers tikten weg, de armen werden zwaar, de ademhaling dieper. De wind trok aan—en niet zo’n beetje ook. Waar het eerder nog gecontroleerd aanvoelde, werd het nu werken tegen opbouwende golven. Hier werd het beuken. Slag na slag, zonder genade. Vooral op de open stukken kregen de ploegen het zwaar. De slag moest krachtiger, de balans preciezer. Elke haal telde dubbel.

De C2 bleef verrassend sterk, hield een strak tempo en sneed door het veld alsof ze op rails lagen. De C3 vocht zich langs concurrenten, elke inhaalactie een kleine overwinning. En de wherry—onverstoorbaar, ervaren—bleef doorgaan, onvermoeibaar, alsof ze het ritme van de Weerribben zelf hadden gevonden. Er was geen ruimte meer voor twijfel. Alleen nog focus. Alleen nog doorzetten.

De laatste kilometers voelden eindeloos. Schouders protesteerden, handen brandden, maar niemand gaf toe. Nog één brug. Nog één bocht. Nog één rechte lijn. En toen, eindelijk, de finish. Met een laatste explosie van kracht trokken de Iris-boten over de lijn. Uitgeput, maar voldaan. 52 kilometer door een van de mooiste roeigebieden van Nederland. 52 kilometer Weerribben—dit keer niet stil en sereen, maar ruig en veeleisend. Binnengehaald met berenburg of jus d’orange op het vlot. Een marathon om nooit te vergeten.

Deel dit bericht .....

Iris Nieuwsflits

Wil je een email ontvangen als er een nieuw nieuwsbericht geplaatst is op deze website? Meld je dan aan voor de ‘nieuwsflits’.

Scroll naar boven

Geef je opmerkingen, verbeterpunten of complimenten door aan de communicatiecommissie. Bedankt!

Open Dag

11 april - van 10 tot 14 uur